STEENSOORTEN

 
 

We werken bij de workshop/cursus meestal met speksteen of een andere zachte steensoort. Als je de smaak te pakken hebt, zijn er nog veel meer soorten waarmee je aan het werk kunt. In mijn workshops werken we vooral met afzettingsgeteente of metamorfe gesteente.


















Afzettingsgesteente


Dit type gesteente ontstaat door neerslaan van deeltjes, die aan elkaar klitten door natuurlijke bindmiddelen (zand en kalksteen).


Zandsteen bestaat uit gruisdeeltjes, afgesleten van kristallijne steensoorten. Zandsteen is een middelharde tot harde steen en komt overal op de wereld voor, vaak in aardkleuren: rood, oker, grijs en blauwgrijs. De steen ziet er poreus uit en kan niet worden gepolijst. De stof is scherp en bij inademen zeer gevaarlijk. Werken met zandsteen is hierom in Nederland verboden.


Kalksteen wordt met de tijd harder, doordat het natuurlijke vochtgehalte naar de oppervlakte van het beeld trekt en daar een hardere schil vormt. Als deze schil wordt doorbroken kan de zachtere binnenkant snel eroderen. Kleur: gebroken wit en bruin. Belangrijke kleurbepalende factor is de mate van ijzergehalte in de steen.

Petit granit behoort ook tot kalksteen. Gepolijst wordt deze diep zwart met witte spikkels, onbewerkt glinstert hij als graniet, vandaar de verwarrende naam. Het is een witte tot grijze steen met verschillende hardheden, soms met gaten door fossielen.


Omzettings- of metamorfe gesteenten


Door druk, hitte of kou en chemische reacties verandert de oorspronkelijke structuur van stollings- of afzettingsgesteenten en worden nieuwe steensoorten gevormd. De meest bekende zijn: marmer, leisteen, speksteen, albast en serpentijn.


Marmer is in principe ook een kalksteen, maar met de hoogste dichtheid en een kristalstructuur. Het kan heel mooi gepolijst worden en is te vinden in heel veel kleuren en hardheden.


Serpentijn bestaat in zachte en hardere kwaliteiten, in verschillende kleuren. De harde kwaliteit Springstone is anthracietkleurig en na polijsten bijna zwart.


Albast bestaat uit niet helemaal uitgekristalliseerd gips. Het wordt wel eens verward met marmer, maar is vaak transparanter en makkelijker om mee te werken. Aan de buitenkant vertonen de knollen albast vaak kleiresten. De kleur wordt bepaald door de aarde en de oxides. Heel vroeger werd de witte albast gebruikt als vensterglas. In zuidelijke landen zijn veel fonteinen gemaakt van albast.


Opaal heeft soms een schildpadstructuur met grillige aders, die figuren tekenen door de steen.


Speksteen (steatiet) is een zachte vettige steensoort. Verkrijgbaar in veel verschillende kleuren. In de witte, roze en lichtgroene soorten zitten soms keiharde kristallen, dit maakt die soorten moeilijk te bewerken.

Uit Azië afkomstige speksteen (veel kleuren) is glasachtig gelaagd en heeft soms breukvlakken.

Afrikaanse speksteen daarentegen heeft weinig breukvlakken en heeft aardekleuren (bijv. de kisii steen uit Kenia); dit is wat hardere speksteen.

Braziliaanse speksteen is ondoorzichtig, in veel kleuren te koop en met weinig onregelmatigheden: een fijne steen voor de beginnende steenbewerker.


Onyx is een glasachtige minerale steensoort. In eerste instantie moet het worden aangehakt voor je er de rasp op kunt loslaten. Niet gemakkelijk om mee te werken door zijn hardheid. Onyx is opgebouwd uit verschillende lagen, die soms duidelijk te onderscheiden zijn. Te vinden in verschillende kleurschakeringen, van zwart tot heel licht en soms transparant als de zon er doorheen schijnt.